donderdag 4 augustus 2011

naar de Orkeney's

1 aug, wit water
We komen nu in een gebied waar weer echt getij staat en we moeten vooral op de Orkney’s daar rekening mee houden, het kan er wel 4 knoop stromen.
Om niet met dikke stroom daar aan te komen, moesten we Fair Isle verlaten toen daar nog wel stroom stond.
De wind was zuidoost 5, wat niet vaak voorkomt, maar wel heel gunstig was, n.l. halve wind naar de Orkneys, die ten zuidwesten van Fair Isle liggen.
We hadden eigenlijk iets minder wind willen hebben, maar de voorspelling voor de komende dagen was slechter, en ook onze ponden waren op en er was geen pin automaat op Fair Isle, ook allerlei levensmiddelen raakten op, dus we vertrokken. Het begon er ook nogal druk te worden, er waren wel 8 jachten op het laatst en er kwam ook nog een passagiersschip aan.
Er waren wat meer brekende golven door wind tegen stroom dan we gedacht hadden. Zeker het eerste uur zaten we in grote brekers. Pas toen we meer dan 2 mijl ten zuiden van het eiland waren, werd het water rustiger.
Toen ging het echt hard, ondanks 3 reven in het grootzeil en een fok die flink opgerold was, liepen we steeds ruim 9 knoop.
’s Middags werd het nog rustiger, ook de wind nam af, de reven konden uit het zeil en zo bleef onze snelheid mooi.
Het duurde heel lang voor we de Orkneys zagen, Ze zijn nogal laag en het was ook nevelig. Pas op 3 mijl van de kust zagen we vaag wat verschijnen. Het lijkt wel een beetje op Denemarken, glooiende velden.
We legden aan bij het dorpje Whitehall op het eiland Stromsay. Een heel rustig vissershaventje, we zijn het enige jacht. Het getij is inderdaad groot, we blijven de landvasten verlengen.

zondag 31 juli 2011

Fair Isle 2


31 juli
We wandelden naar de noordpunt van het eiland. Op het uiterste puntje staat een misthoorn. 
Je kunt er nu nog heen lopen, maar de verbinding staat op doorbreken.
Je kunt Shetland nog goed zien liggen.
De vuurtoren is gebouwd in 1891 door Stevenson, die veel van de vuurtorens in Gr. Britain gebouwd heeft.
Op de terugweg liepen we helemaal langs de kliffen. Er zijn daar ontzettend veel vogels te zien.
Een vogelkijkhutje staat wel erg op de rand.
De puffins zijn het leukst om te bekijken.
Er staat zelfs een camera permanent opgesteld om te filmen hoe ze steeds in hun holen kruipen.
Vogels zijn ook prominent aanwezig op een quilt in het Observatorium.
Nadat we daar lekker een kopje koffie gedronken hadden en wat gezellig gepraat, liepen we nog even een stukje de andere kant op.
Daar is in WOII een Duits vliegtuig gedwongen te landen, er ligt nog een mooi stuk van de staart en ook de motoren, verder is het meeste verbrand. 3 van de 5 bemanningsleden hadden het overleefd.

zaterdag 30 juli 2011

Fair Isle

30 juli, Fair Isle
Onze eerste indruk van Fair Isle was, dat het verlatener was dan we dachten. 
De enige weg is een enkele baan door eindeloze heide. Het eiland is 6 km lang en 3 km breed.
Er is wel een enorm vogel observatorium. 
Binnen bleek dat heel gezellig te zijn , met heel veel vogelboeken en gasten en een bar ’s avonds.
Overal staan ook grote vangkooien, Fair Isle is een kruispunt van trekvogelroutes. Er worden hier veel vogels geringd.
De zuidkant van het eiland bleek wel bewoond te zijn, er is een winkel
met een postkantoor met een heel speciaal poststempel.
Er zijn zelfs 2 kerkjes.
De zuidkant van het eiland lijkt ook wel zonniger. Hier bij de noordkant kan er zomaar uit het niets een mistwolk verschijnen.
De veerboot lijkt op een vissersboot, er wordt van alles regelmatig aangevoerd, zelfs auto’s. 's winters is het wat moeilijker, dan ligt de veerboot vaak tijden op de wal.

fair wind naar Fair Isle

29 juli,
Het was een prachtige tocht van Shetland naar Fair Isle. De wind was NNW 3 en er kwam steeds meer zon door.
Met een beetje droefheid laten we Sumborough head achter ons, maar we hebben het daar nog nooit zo rustig gezien, er waren nauwelijks brekers ten zuiden van de kaap.
Fair Isle was meteen al in zicht. Het is maar 20 mijl van Shetland.
Er stond wel echte oceaan deining. Af en toe verdween Fair Isle helemaal achter een grote golf. Doordat de deining zo lang is heb je daar echter helemaal geen last van.
Fair Isle verraste echt. De kliffen waren veel hoger en steiler dan ik dacht.
De ingang van de haven is heel klein en er zwommen honderden puffins, die helemaal niet schuw waren.
Ook het haventje is piepklein met 4 jachten is het nu eigenlijk wel vol. Er is ook verder niks op de wal, wel een pad naar een vogelonderzoeksstation en aan de andere kant van het eiland moeten wel wat huizen zijn.

donderdag 28 juli 2011

nostalgie

27 juli, Mousa
Na uitgebreid bijpraten met onze vrienden en genieten van de rust in Lerwick na het vertrek van de Tall Ships, was het tijd om te vertrekken. We gaan nu geleidelijk aan de terug tocht beginnen.
Vandaag maar 10 mijl, met een prachtig briesje uit het zuidoosten was het precies bezeild naar het eilandje Mousa.
De boot kan daar mooi voor anker in een kleine baai en doordat het water heel helder is kun je precies zien waar zandgrond is en kijken of het anker goed ligt..
Toch bleef Ronald liever ankerwacht houden. Ik wandelde ’s middags het eiland rond.
Eerst zag ik de zeehonden in een baai aan de andere kant van het eiland. Het zijn grijze zeehonden, die zijn een stuk groter dan de gewone die je in Nederland ziet.
Daarna naar de Broch, op afstand ziet alles er nog hetzelfde uit als de foto waarop ik een quilt gebaseerd heb. Maar binnen is het wat meer op bezoek ingesteld, er liggen zelfs zaklantaarns en je kunt tussen de dubbele muren helmaal naar boven klimmen.
’s Avonds was het zo rustig dat we toch nog samen een rondje om het eiland liepen, wel gezelliger.

28 juli, Hoswick

Hoswick was de eerste plaats op Shetland die we in 1980 bezochten, daarom moesten we daar wel weer naar toe. Het is trouwens een prima beschutte baai, zeker met de voorspelling van Noorden wind.
’s Ochtends was de wind nog zuid en het was maar 5 mijl, we motorden, ook omdat na dagen van slecht weer onze accu’s niet optimaal vol zijn.
Ik ging al snel de wal op ondanks de regen die al spoedig begon te vallen. Leuk de boot van boven te zien en meteen vast te stellen dat we niet op de beste plek liggen.

Het nieuwe bezoekers centrum is heel leuk met o.a. oude radio’s en weefgetouwen en een machine om de schering voor een weefsel op te rollen.
Toen ik weer aan boord was hebben we de boot een stukje verhaald. De wind was inmiddels naar NW gedraaid en nu liggen we echt goed.

dinsdag 26 juli 2011

Scalloway

Omdat we niet wisten hoe laat onze Zwitserse vrienden in Lerwick zouden aankomen, gingen we een klein uitstapje maken met de bus. Het eiland is heel smal en we gingen naar een plaatsje aan de westkust Scalloway.
Het is veel kleiner dan Lerwick, maar ook hier hadden ze wat Tall Ships op bezoek gehad en het hele plaatsje zag er nog keurig opgeverfd uit.
Deze plaats heeft een belangrijke rol gespeeld tijdens WO II, er voeren steeds kleine vissersboten heen en weer naar Noorwegen voor evacuatie van mensen en het brengen van zenders en wapens voor het verzet. Er is een mooi monument voor en de kinderen leren nog steeds Noors daar op school.

Omdat het nogal vochtig was bezochten we ook het museum dat net geopend was , eigenlijk was het nog niet eens klaar, maar voor de zomer hadden ze toch maar een tijdelijke tentoonstelling gamaakt en we hebben nog nooit zulke mooie modellen gezien, zelfs de touwtjes waren gesplitst.
Toen we weer in Lerwick kwamen, waren onze vrienden aangekomen. Dat was een leuk weerzien na 24 jaar

maandag 25 juli 2011

Tall Ships race start


25 juli, vertrek Tall Ships
Heerlijk, de wind is afgenomen!
Vanmiddag voeren de Tall Ships uit
Als eerste de Zwan, de haringlogger van Lerwick
De Duitse Alexander van Humboldt maakt zijn laatste reis, er komt een nieuw schip met dezelfde naam. Op de voorgrond de Zweedse Muckle Flugga die samen met ons als enige buiten de haven bleef in de storm.
Er zijn veel Hollandse schepen, waaronder de Tecla
Het schip van Colombia is het verst van huis. Allemaal keurig in uniform en in de kleuren van de vlag gekleed op de ra’s.
Het publiek heeft mooi zicht vanaf het kustpad.
Als laatste gaat de Noorse Staatsrat Lehnman over de startlijn.